zaterdag 18 september 2010

Nap de Klijn, Alice Heksch: Mozart (1951-2)

Nap de Klijn, Alice Heksch
Nap de Klijn (1909-1979), Nederlands violist. Vormde het in de jaren ’50 internationaal bekende  Amsterdams Duo met zijn vrouw Alice Heksch (1912-1957), die helaas jong aan kanker is overleden.
Het duo speelde ook in het Amsterdams Piano Kwintet, met Paul Godwin, altviool, Carel van Leeuwen Boomkamp, cello en Paul Groen, contrabas. Na de dood van Alice werd haar plek in het kwintet ingenomen door George van Renesse.
Verder speelde Nap de Klijn in het Nederlands Strijkkwartet, met Jaap Schröder, 2e viool, Paul Godwin, altviool en Carel van Leeuwen Boomkamp cello.
Jan de Kruijff komt met een aardige herinnering aan dit kwartet, dat ook schoolconcerten verzorgde:
“Ik was vierdeklasser toen het Nederlands Strijkkwartet opdraafde en na enige uitleg een Strijkkwartet van Willem Pijper zou uitvoeren. Volgens wens/opdracht van de componist kondigde de primarius van het kwartet, Nap de Klijn, aan: “Dit kwartet duurt achttien en een halve minuut”. Waarna ik, denkend aan de gemiste zwemtijd, spontaan riep: “Ik doe het in zeventien”, onmiddellijk bij de kraag werd gegrepen en drie woensdagmiddagen mocht terugkomen om van die ellendige sommen te maken. Those were the days……”
Nap de Klijn gaf vioolles op het Koninklijk Conservatorium den Haag.

Hun zoon Marc de Klijn werd in 1939 geboren. Tijdens de oorlog moest Marc in 1943 onderduiken en werd hij gescheiden van zijn ouders. Marc is kunstschilder geworden, en heeft zich bekeerd tot het Christelijk geloof, zoals hier valt te lezen. 
Eind februari 2004 kwam zijn boek 'De doden zullen herrijzen - een persoonlijke verwerking van de Shoah' uit met zestig schilderijen en zijn hele levensverhaal, waarin hij  vertelt over deze spannende oorlogsjaren en de naoorlogse tijd die vooral gekenmerkt werd door ouderlijk stilzwijgen over het gruwelijke oorlogsverleden.
Op deze  site geeft Marc een beeld van zijn ouders:
“Ik heb in een brief aan mijn moeder alles wat ik op mijn hart had, wat ik altijd aan haar had willen zeggen en wat ik altijd verzwegen heb, wat ik al die tijd opgekropt heb, waar ik nooit antwoord op gekregen heb, verwoord. Met name dat ze mij verlaten heeft in die onderduiktijd – ze had beloofd bij me te blijven -  maar ook dat mijn leven moest draaien om haar muzikale idealen.
Als ze nog zou leven zou ik haar zeker vergeven hebben. Niet omdat ik christen was geworden, maar omdat ik begreep wat de oorlog voor invloed op haar heeft gehad. Er zijn zoveel familieleden “de Klijn”en “Heksch” omgebracht. Zij heeft daar nooit over kunnen praten. Die vergeving van mij zou voor meer dan tachtig procent bestaan uit begrip. En dat geldt voor mijn vader ook.
Hij zat heel anders in elkaar als mijn moeder. Hij maakte geintjes over allerlei vragen. Ik had hem bij wijze van spreken eerst moeten vastbinden op een stoel en dwingen om antwoord te geven op mijn vragen. Ik had moeten roepen: “Papa, je hoeft je er niet voor te schamen, maar zeg me in ieder geval wel de waarheid”. Ik had willen weten hoe het voor hen was in de oorlog; waarom ze niets aan het Jodendom deden; waarom ze kozen voor assimilatie.
Ik weet zeker dat ik mijn vader en mijn moeder gedwongen zou hebben om stelling te nemen. Hij zou dat verschrikkelijk moeilijk gevonden hebben. Dat weet ik heel goed. De bron van de geslotenheid van mijn vader lag daarin dat hij al als negentienjarige  keihard heeft moeten knokken voor zijn bestaan. Op die leeftijd stierf zijn vader en mijn vader bleef achter met zijn moeder en een vijftien jaar jonger broertje.
Hij moest zorgen dat er geld binnenkwam. Hij had geen tijd om te huilen. Er moest brood op de plank. En hij was geen filosoof. Hij was een doe-mens. Hij kon ontzettend goed voor zichzelf opkomen. Maar hij had een heel klein hartje. De eerste keer dat ik mijn vader heb zien huilen, was toen hij het bericht kreeg dat mijn moeder was overleden. Hij was nergens meer… hij was helemaal gebroken”. 

Er is op internet verder weinig informatie over dit duo te vinden. Zo zou ik graag willen weten van wie ze zelf les hebben gehad. Er is een CD met Mozart vioolsonates verschenen op Globe GLB 6039.
De komende tijd zal ik muziek van dit geweldige duo laten horen, dat onterecht in de vergetelheid dreigt te geraken. Om te beginnen een 10’ LP die in 1956 op het Philips label werd uitgebracht ter gelegenheid van het Mozart jubileumjaar. Alice Heksch is hier te horen op “Mozartklavier”, dus fortepiano.  Ik vind het zo prachtig gespeeld.


Het Amsterdams Duo: Nap de Klijn, viool; Alice Heksch, Mozartklavier
1  Mozart: Variaties over "Hélas, j'ai perdu mon amant", KV 360   8:46
    Opname 20-06-1952
2  Mozart: Vioolsonate in G KV 11.   9:06
    delen: andante - allegro - menuetto - allegro
    Opname 15-07-1951
LP 25cm: Philips S 06027 R

Download flac
Download mp3

3 opmerkingen:

  1. Geachte Satyr,

    Mijn grote bewondering voor uw website en het vele werk. Ik kom daar, als mede 'ontklikker' later graag op terug.

    Aan de toelichting bij de door Wim van Keulen (vroegere 2e violist van het Concertgebouw) uitgebrachte dubbelelpee met (radio)opnames van Nap (Nathan) de Klijn en Tibor de Machula, ontleen ik -voor wat betreft de opleiding van Nap de Klijn- het volgende:

    Hij kreeg zijn eerste vioollessen van zijn oom Jacob Hamel, vervolgens van Sal Snijder uit het Concertgebouworkest. Aan het Amsterdams Conservatorium voltooide hij cum laudezijn vioolstudie onder Felice Togni en later bij Hendrik Rijnbergen.

    Overigens trad de Klijn reglmatig onder pseudonym op, bij voorbeeld als Braga van het Ramona kwartet en als Romano Rubato in samenwerking met Bianca Ritorno (Alice Heksch).

    Met vriendelijke groet,
    Ronald de Haas

    BeantwoordenVerwijderen
  2. O geweldig! Ik ben heel blij met deze informatie, dank je wel Ronald!

    BeantwoordenVerwijderen